Het leven van Fokke Remmers en Geppien Moorlag als echtpaar

Fokke Remmers en Geppien Moorlag trouwden op 27 april 1875.

Klik op de afbeelding voor een vergroting
Tekst  van de huwelijksakte uit archief in Groningen 1873-1882 Vlagtwedde No 14:
Remmers Fokke en Geppien Moorlag 27-4-1875
Op heden den 27-4-1875 is een huwelijk aangegaan aan de ene zijde Fokke Remmers 27 jaren. Beroep Blikslager. Geboren te Diele (Pruisen). Wonende te Bourtange, Gemeente Vlagtwedde, meerderjarige zoon van Elizabeth Remmers (overl.) Ter andere zijde: Geppien Moorlag oud 22 jaren beroep zonder. Geboren te Vlagtwedde en wonende te Bourtange Gemeente Vlagtwedde, minderjarige dochter van Hero Moorlag van Beroep Landbouwer en van Jantje Everts Staats, zonder beroep, beiden wonende te Bourtange te ondertrouwd de 18-4-1875.
De getuigen waren:
Harm Bruinig 26 jaren oud, Landbouwer, wonende te Vlagtwedde.
Gerhardus Garrelt Garrelts, oud 47 jaren, van beroep bakker, wonende te Vlagtwedde. Johannes Godefridus Ottenhoff oud 30 jaren van beroep koopman, wonende te Vlagtwedd Cornelius Karsien van Oosten oud 26 jaren, van beroep klerk, wonende te Vlagtwedde, zijnde de le getuige neef der Bruid en de overige getuigen noch bloed noch aanverwant van de Comparanten.
De ondergetekenden zijn: H. Bruining,G.G.Garrelts,J.G.Ottendorff,C.K.van Oosten, F. Remmers,G.Moorlag,H.Moorlag,J.E.Staats.


Het echtpaar vestigde zich in een oud huis in Vlagtwedde, dat gekocht was van de familie Rijns. Het lag tussen wat nu de Wilhelminastraat is en de Ruiten Aa.
FR begon hier zijn vak uit te oefenen.
9. Waarschijnlijk begon GM hier al vrij spoedig met haar winkel in grutterswaren.
Het gezin probeerde zoveel mogelijk in eigen behoeften te voorzien. In de tuin werden groenten en aardappelen verbouwd en vruchtbomen geplant. Dieren werden gehouden voor eieren, melk en vlees.
Al vrij spoedig had men de beschikking over de Weite, een stuk land tussen Vlagtwedde en Boertange.
9. Waarschijnlijk werd het eerst gepacht, o.m. van de kerk en toen gekocht. Hier werd eerst turf gegraven en later, na ontginning, vee geweid.

In het oude huis werden de oudste 6 kinderen geboren.
Na 12 1/2 jaar, toen Leentje een paar weken oud was, en FR juist de hele dag naar de jaarmarkt was, brandde het huis af. Derk (4 jaar) had met lucifers gespeeld.
Dichter bij de straat werd een nieuw, nu nog bestaand huis gebouwd. Hierin werden de jongste 4 kinderen geboren.
Er moest zeer hard gewerkt worden, door het hele gezin om in het onderhoud te voorzien.
De kinderen bezochten de openbare lagere school in Vlagtwedde en kwamen daarna thuis om mee te helpen. De jongens gingen bij vader in de leer, de meisjes bij moeder. De meisjes hebben bovendien nog hard meegewerkt op het land.

GM met haar 3 oudste kinderen Jantje, Hero en Betsie in 1881

Alles wat mogelijk was werd aangepakt.
10.1 De kinderen mochten alles leren. Degene, die niet wilde, kon thuis helpen, want duvelstoejager voor een ander worden was er niet bij. Dat gold waarschijnlijk later, toen het gezin welvarender was.
De oudste kinderen werkten keihard mee. Er was ook meer dan genoeg werk. Men had de tijd mee. Enerzijds was het in politiek opzicht een kalme tijd, anderzijds was het een dynamische tijd. Er werd land verveend en ontgonnen fabrieken werden gebouwd, wegen aangelegd.
Het was een tijd van grote technische vooruitgang.
Het aantal inwoners van de gemeente Vlagtwedde groeide hard. Waren er in 1875 ca. 4000 inwoners, in 1889 waren er 5247, in 1900 6283, en in 1914 9615, in 1920 11507 en in 1940 15312. Daarbij komt dat tijdens de oorlog 1914-18 de grensstreek daar flink van profiteerde.
De familie Remmers heeft hiervan een graantje meegepikt, welverdiend.
Nog zijn er heel wat verhalen uit die tijd. FR werkte liefste dag en nacht. Soms maakte hij 's nachts akers of maten.
4.4. De meisjes moesten die dan overdag uitventen. .
Behalve koper-,blik-,en zinkwerker was FR boer, vervener en trok hij kiezen. De fiets werd uitgevonden. Hij ging zich eerst toeleggen op het repareren van fietsen en ze toen daarna zelf produceren.
4.1 Zelfs uit Duitsland kwamen mensen op fietsen, met een klein en een groot wiel, om hun fietsen te laten nakijken door hem. Dit gebeurde vaak op zondag.
9. Het produceren van fietsen moet rond 1900 begonnen zijn. Karsien kan zich namelijk de winkel in grutterswaren herinneren, die toen veranderd werd in fietsenwinkel. Kachels repareerde en verkocht hij ook.
Jantje, inmiddels al 24 jaar oud, was de eerste, die het huis uitging om een vak te leren.
1.1 Dit mocht als beloning voor het harde werken voor haar ouders, o.a. land ontginnen. De dokter had de vroedvrouwenschool in Rotterdam aanbevolen. Er was een tekort aan vroedvrouwen in Westerwolde. De onderwijzer van de school in Vlagtwedde bereidde haar erop voor.
FR bracht zijn dochter naar Winschoten. Haar bagage zat in een door hem zelf getimmerde kist (nu in het bezit van 1.1.1) en die stond weer op een door hem zelf gemaakte fiets. Zo liepen FR en zijn dochter Jantje naar Winschoten. Vandaar reisde Jantje naar Rotterdam.
9. Ze was in Rotterdam in de kost en kwam nog maar 1 a 2 x p.j. thuis.
10.1. Eppie, 23 jaar jonger dan haar oudste zuster,'/herkende haar dan niet en vroeg aan hïaar moeder wie die juffrouw was.
Jantje vestigde zich na haar opleiding als verloskundige in Ter Apel. Een zekere Bernardus van Wijk begon haar daar het hof te maken. Jantje, die er waarachtig wel de leeftijd voor had, ging er grif op in en de zaak was snel beklonken.
Dochters afstaan is nooit een sterk punt geweest van FR en verschillende zijn er voor het kantongerecht getrouwd.
Van Wijk moest de spits afbijten en heeft zich toen en later niets aangetrokkenTvan streken van zijn schoonvader. Op zijn schoonmoeder raakte hij zeer gesteld. Hij kreeg overigens gewoon toestemming om zijn Jantje te trouwen, al was hij dan een (gehate) ambtenaar.
Jantje en Bernardus trouwden in 1905. In 1906 werd het eerste kleinkind uit dit huwelijk Wilhelmina Carolina Eppina (roepnaam Mientje), geboren. GM heeft altijd reuze schik in deze kleindochter gehad en tot op hoge leeftijd een'hechte band met haar onderhouden.

Klik op de afbeelding voor een vergroting
Tekst:
"Waarde Jantje Mina en leentje
alles is hier wel wij hebben
veel plijzier met elkaar en
Mientje is zoo vlug mogelijk
ze is hier al helemaal gewent
Ze roept opa koffiedrinken zij
voert de duiven en zij heeft
schik dan aanteen dan aan ander
nu moet gij zoo gauw moge
komen
wanneer komt gij mina en leentje
aanstaande zondag een week
zeg het maar tegen hero
nu gegroet van allen Moeder
"
brief uit Vlachtwedde, 17 Juni 09


Deze foto moet in 1906 genomen zijn, aangezien Mien van Wijk nog een zuigeling is. Klik op de foto voor een vergroting.

De familie is duidelijk in goede doen: zelfbewust en goed in het pak. De oudste, Jantje, houdt trots het eerste kleinkind vast. De benjamin, Eppie, is 7 1/2 jaar oud.
Waarschijnlijk zijn de kinderen gewoon op een rij gezet: vlnr van oud naar jong. Eppie en Karsien vooraan.
De familie van Wijk woonde in Ter Apel, waar Jantje gewoon haar praktijk bleef uitoefenen. Het was heel handig dat Mine en Leentje tegenover haar kwamen wonen, want de 2 zusters hielpen flink bij de opvoeding van de kleine Mientje.
Mine en Leentje hadden een naaischool in Ter Apel en deden naaiwerk voor anderen. Het naaien hadden ze bij moeder thuis geleerd.
In 1910 werd een stuk woeste grond "de Poldert"(door sommige familieleden wel de "Pallert") genoemd, te Stakenborg gekocht.

de Pallert, in 1924

9. De grond bestond' uit gewone heidegrond d.w.z. zandgrond met bovenop een laagje heidehumus. Het werd in de loop van de jaren ontgonnen, 't meeste niet door de familie, maar door anderen. Er werd eerst alleen maar een schuur gebouwd.
In 1912 werden 2 stoomlocomobiles en 2 dorsmachines gekocht voor de verhuur.
Hero en Derk werkten ermee, de vader zorgde voor de bestellingen.
Leentje trouwde met Roelof Dijks en. Mine met Gerhardus Wilken. Hero en Betsie waren nog thuis bij hun ouders, ongetrouwd.
In 1915 werden het 2e en 3e kleinkind geboren: het zoontje van Leentje en Fokke Wilken.
Grietje bezocht de normaalschool in Winschoten om onderwijzeres te worden.
Ze raakte er verloofd met een Duitse tandarts, Hans Blum, die later sneuvelde in de eerste Wereldoorlog. Later raakte ze tegen de zin van haar ouders verloofd met de r.k. Carel v.d. Leur, en trouwde met hem.
Derk trouwde met Jantien Draaijer en werd machinist op de tram in Winschoten. In 1917 werd het 4e kleinkind Fokko Remmers geboren.
In 1917 werd ook het 5e kleinkind Herman Wilken geboren.
In 1918 trouwde Hero met Johanna de Groot. Het jonge paar ging in de net afgebouwde boerderij in Stakenborg wonen.
Wupke woonde nog thuis, evenals Karsien. Eppie woonde en werkte bij haar zuster Leentje. Eind 1918 trof de eerste ramp de familie Remmers. Jantien Draaijer stierf op 6 november aan de Spaanse griep.
De kleine Fokko, nog geen 2 jaar oud, bleef moederloos achter. Hij werd liefdevol opgevangen in het grootouderlijk huis in Vlagtwedde en zou daar blijven tot Derk hertrouwde.
5 maanden later volgde de volgende ramp. Hero verongelukt dodelijk in Valthermond toen hij een stoomlocomobile trachtte te herstellen.

De Telegraaf 17-04-1919

Wupke en Frits Koolhof steldenhun bruiloft enkele weken hiervoor uit.
Het loondors bedrijf werk opgedoekt. Het was Hero geweest, die de machines aan de gang hield. Derk was niet geschikt om het bedrijf voort te zetten.
4.1. "Derk wil nait" zei de oude FR van hem. De machines werden verkocht.
In 1919 zorgde de jongste, Eppie, nog voor opwinding. Ze kreeg een dochter, Eppie, die in het ouderlijk huis in Vlagtwedde werd geboren. Ze trouwde, tegen de zin van haar vader, met Klaas Weyl en vertrok met man en kind naar Zwolle.
Jantje was met haar gezin naar het verre Amsterdam verhuisd.
We kunnen aannemen dat voor de beide "oudjes", nu over en tegen de 70, een eenzame tijd aanbrak. Alle kinderen waren het huis uit en een hoop bedrijvigheid was weggevallen.
Wel kwam Betsie, altijd de steun en toeverlaat van haar ouders, bijna dagelijks op de fiets naar Vlagtwedde om te helpen.
Er werden in de volgende jaren volop kleinkinderen geboren, in de jaren '20 en '21 kwamen er maar liefst 2 Eppies erbij. De 3 Eppies konden goed met elkaar opschieten en zagen elkaar veel. De kinderen en kleinkinderen kwamen veel op bezoek of logeren.


Klik op de foto voor een vergroting
GM in de zomer van 1924, ze was toen 71 jaar oud                                                 FR pasfoto


Toch werd GM in die tijd wat klagerig. Jantje probeerde haar vanuit Amsterdam wat op te beuren en goede raad te geven:

Amsterdam 29 Dec. 1925
Lieve Ouders
Als U dezen ontvangt zal het wel al nieuwjaar zijn. Ontvangt onze hartelijke gelukwenschen bij de intrede van 1926, hopende dat 1926 een jaar voor U mag zijn van gezondheid en geluk, doch van gezondheid bovenal, want er is niets meer waardevol.
We hopen dat de koude van laatst geen nadeelige gevolgen voor u gehad moge hebben, 'k Ben blij dat het nu wat luwer is en 'k wou maar dat het van de winter zoo bleef, al was 't maar alleen voor U.
'k Vrees echter, daar het in Amerika volgens de krant verschrikkelijk koud is. Negen menschen zijn er reeds van kou omgekomen.
Als 't weer zoo koud mocht worden moet ge flink de kachel stoken turf en kolen zijn er nog lang na ons, en komt tijd, komt r; Verder moet U het er maar goed van nemen, flink eten ee warm, verwarmt hel lichaam en blijft U gezond. Ik krijg eiken morgen ruim *s L melk met twee groote lepels havermout en kook dat zachtjes een minuut of 10.Dan een beel zout erin en ik heb een mooi bordje havermout. Heb ik dat op, dan ben ik 1 zadigd en warm voor de heele morgen. Moeder,als U dat ook eens deed? U kui j —i- öt-on TT r!0(=n kiezen of tanden meer he]
Kom probeert 't eens en 'k denk dat 't U wel bevallen zal. Als U goed zorgt
voor best eten voor je beidjes, kunt ge nog lang mee en dat zouden we allen
graag hebben. Als Betsie niet weg kan om 't weer of zoo, waarom laat U zich bij U weg geen anderhalf kan melk of zoo brengen? Dat willen ze toch wel do f—n zou ik denken en U bent 't noodig. Ik krijg ook eiken dag anderhalf of 2 ka
't kost hier 19 cent per kan. Dat kost het daar lang niet. Was ik maar dich U, 'k zou wel voor U komen zorgen. Nu kan 't echter niet en Betsie kan ook alles. Dus moet U zelf zorgen dat U genoeg krijgt, warm blijft, en dus gezc blijft. Bij ons is alles best. Bern. is een beetje Verkouden, doch 't gaat weer over. 't Is hier stormweer uit 't zuidwesten. Vanmiddag brak hier door storm een heel groote spiegelruit van wel 150 gl. in een slagerswinkel. Wat strop hè? Hij was er finaal in zijn geheel uitgewaaid. Nu lieve ouders, we hopen dat U deez' brief in gezondheid ontvangt. Schrijft U nog eens gauw te Ik zal niet weer zoo lang wachten hoor. Na hartelijke groeten van Jantje, Bern. en Mien
Jantje


GM leefde zich uit op haar planten en bloemen. Haar huis leek in diè tijdwel op een bloemenwinkel en haar tuin was een lusthof.
FR was altijd bezig in zijn groentetuin en met zijn vruchtbomen. Hij kon goed enten. Vaak ging hij nog naar Stakenborg om mee te helpen, maar ook om de boel te inspekteren.
Hij probeerde er daar nog flink de wind onder te houden.GM ging ook wel naar Stakenborg om Betsie een paar dagen te helpen met de slacht.
Jantje en haar man kwamen terug uit Amsterdam. Ze wilden in Emmen een huis laten bouwen om er van hun pensioen gaan genieten. Eerst huurden ze een huis tot het nieuwe klaar was.
Helaas werd Jantje ziek en ze heeft maar heel kort van het nieuwe huis genoten. Ze probeerde de ernst van haar ziekte geheim te houden voor haar ouders, tevergeefs.

Brieven van Jantje Remmers aan haar dochter MvW
Emmen 1 Juni 1933
....Opa van Vlagtvedde kwam j.1. maandag plotseling aanzetten moest eens zien hoe 't mij was. Moeder was niet meer gerust.
Ik vroeg wie heeft gezegd dat ik ziek was. Maar hij verraadde Mine niet en zei,  je kent Moeder ja wel, als er een poosje iemand niet schrijft, kan zij niet meer slapen.
Mine vertelde dat gij 't gezegd had. Ik was op en heb toen mijn voorgeschreven rust niet genomen, zoodat hij vrijwel gerustgesteld oin half 6 met de bus en tram weer is vertrokken.
Mineke meende jij dat ik de waarheid niet had geschreven, omdat het zoolang duurt? Volkomen hoor?
Dat het zoo lang duurt, daarover was ook de dokter verwonderd en vreesde al dat ik chronische bronchitis zou hebben.

Brief waarvan de tekst slecht is (Nog opvragen)
:id Jij;: on cc wat on .ica
ib. Z'o-z do pijnen -/orden v-ind:
2I1QG.L
. D5 :licr2n ~d-v nn:::-;:” ::I:
kuïinen zonnen. I-Iot schijnt dat het zonnen bijzonder jood is
Van „io01- -ij*13 hoerden -,;e ua'b -Jroot vader dier vou .:c;jo:. on
-ic-ur L'-'JL: mijn vulpen ;n var o*jau-:t o -jn leoli jl:o via.:.
WG hebbon direkt een brief -esondon naar Vlagtwedde en vorzocht
• • - f . • L _ ' _ _ _ • _ . _
. ' 11 -! • -«-> •?■>■* •- *- o -y-' ■— •, —^ -t— - *— H TT ^ p o ^ ^ ^ ^ .. f.
niet vertrouwd was en dat hij mooie aansluiting had niet de tram
en lat vol :ot do auto *.*eu ,.al-:n on cjru/Jrjon.
iict.rcu rr.;w.:l .li/on or -r. - u:--’ «*.•.' aanotaj.en, rz.z
oor fiots -laar r31 govedon, dit i do bus naar hier.
T-Tn 1
voor na/r.i 7*10 uur woor terug mot de bus, w;
t
\
dan om -f 3 uur op Ter Apol en miste dan do aansluiting naar Vlagtwedde. ¥e zaten daar wel eenigsins over in, hij natuurlijk niot het minste. 3-eluiclcig kwam- d-radus en Mien later nog met een auto van Bot ’filken. Hij is toen daar ingestapt en deze hebben hem op tijd weer naar Ter Apel gebracht. Hij heeft nog een en ander middel aanbevolen voor rhoumatiok en vooral aalsvellen,


Jantje stierf op 12.8.1933 in het Wilhelminaziekenhuis in Assen aan kanker.

Op 27.4.1935 vierden GM en FR hun diamanten bruiloft. De kinderen lieten voor de gelegenheid een foto maken

Klik op de afbeelding voor een vergroting
Staand van links naar rechts: Anna Elling, Grietje Remmers, Bernardus van Wijk, Eppie Weyl, Frederik Koolhof, Herman Wilken, Harmina Remmers, Eppie Remmers, Karsien Remmers, Gerhardus Wilken,

Johann van Wijk (geen fam. Grietje was bij zijn moeder in Winschoten in huis geweest), Leentje Remmers, Roelof Dijks, Carel v.d. Leur, Klaas Weyl.
Zittend vlnr: Eppy Dijks, Wupke Remmers, Jaap Dijks, Betsie Remmers, Fokko Weyl, Eppie Wilken.

Heel veel mensen kwamen geluk wensen, o.a. de dokter. FR zei hem de eerste 5 jaar niet weer te willen zien en dat hij over 5 jaar terug mocht komen.

GM deed per brief verslag aan haar kleindochter Mien van Wijk.
Deze brief moet geschreven zijn vlak na de diamanten bruiloft op 27-4-1935. Zij was toen 82 jaar oud.

Donderdag den 16 Mei
Beste Jan en Mien
Eijndelijlc wil ik u even een paar
ik wilde u gaarne wel eens vaker berigten maar kan zoo slegt zien.
Eindelijk is onze drukte gebeurt daar het hier dan ook heel druk was
al de kinderen en kleinkinderen waren aanwezig alleen u beiden mankeren dat ons vrezelijk speet.
Maar ook regte hadden wij niet
mijn liefe Jantje was er niet daar ik-altijd mijn gedagten bij heb
van Wijk u vader was ook aanwezig.
Wanneer komt nu dan eens bij ons. straks komen de mooije dagen en dan moet het toch eens wezen,
ik bedank vriedelijk voor het pakje hoor Mien.
Jan de mooije tulpen staan haast in de volle bloei Mién nog hartelijk dank ervoor.
De kinderen hebben ons een mooije vloermat gegeven allemaal met elkander uw vader ook
wij zijn hier allemaal heel dankbaar voor nu moet. u komen allebeij kijken heeft u vader ook al een huishoudser weer ach had hij zijn arme Jantje gehouden die stumper moet men aklagen
ach Mientje als men het van vremden moet hebben dan komt u God te hulp
ze doen het om een mooi leven te hebben en om de centen. nu Jan en Mien wij verlangen u eens te zien.
Schrij eerst even dan kan ik er een beetje naar hebben.
Hoe gaat met de ande Heer va d Hove ( hier bedoeld zij A.v.d. Hoeven uit Rotterdam, de vader van Jan v.d. H.).
Kom hij ons nog eens opzokken vant zomer wij hadden het heel graag.
Wilt u nu even terug, schrijven wanneer u komt
nu daaag Groma en Gr vader
tot ziens
Nogmaals de hartelijke Groete

De oudjes redden zich goed. Wel hielp Betsie nog steeds zoveel ze kon. Dat zal niet meegevallen zijn.
Ze verrichtte veel werk op de boerderij. Bovendien had ze elke zomer neefjes en nichtjes te logeren.
De kinderen en kleinkinderen kwamen veel in Vlagtwedde op bezoek.
GM schreef regelmatig brieven naar haar oudste kleinkind, die in het verre Bennebroek woonde.

Brief uit ca. 1934 aan 1.1 (Klik op de afbeelding voor een vergroting)
Ze schreef hoofdzakelijk over haar bloemen en planten en vroeg in elke brief wanneer Mientje nou toch weer zou komen.(1.1.1. heeft er nog 5 in haar bezit)
Toen FR en GM meer en meer hulpbehoevend werden ging Betsie bij hen inwonen.
Ze vierden hun 65- jarige bruiloft nog op 27.4.1940.
Geppien Moorlag stierf op 23.11.1940, 88 jaar oud.
Fokke Remmers beurde haar op tijdens haar sterfbed: "Moeke, ik kom d'r so nao."
En dat deed hij ook. Hij stierf op 13.10.1941, 94 jaar oud.

Tijdens familie bezoek werd altijd de tuin bekeken                                               GM met dochters Grietje, Leentje, Wupke en Betsie.

HUIS EN HUISHOUDEN IN VLAGTWEDDE
Toen Fokke Remmers en Geppien Moorlag in 1875 trouwden betrokken zij een huis aan wat nu de Wilhelminastraat is. Het bijbehorende land liep tot aan de Ruiten Aa (nu Veelerdiep).
Het huis lag meer naar achteren dan het huidige huis. Hier vestigde FR zich als blikslager. GM dreef hier misschien hier ook al haar winkel in grutterswaren, maar zeker is dat niet. In dit huis werden de oudste 6 kinderen geboren.
In 1887, toen de jongste, Leentje, 3 weken oud was brandde het oude huis af. Derk, toen 4 jaar had met lucifers gespeeld. GM rende met alle kinderen het huis uit om hen in veiligheid te brengen.
In de paniek verloor ze de jongste, zonder het te merken. Gelukkig vond de buurman Leentje. Hij kon moeder en kind herenigen. Vader Remmers was bij deze gebeurtenis niet aanwezig. Hij was de hele dag naar de jaarmarkt.
Er werd toen een nieuw huis, het huidige, gebouwd door de aannemer Harbo Warntjes.

Wilhelminastraat 43 De foto werd genomen in de jaren '20 Klik o de foto voor een vergroting.

In dit huis werden de jongste 4 kinderen geboren.
9. De tuin was vroeger wel 18 are groot en leverde veel op: aardappelen, boerenkool, rap bonen, enz.Er waren fruitbomen, zoals pruimen, peren en appelen. FR kon goed enten.
Het gezin kocht nooit groenten. Er waren trouwens geen groenteboeren. Iedereen zorgde voor eigen groenten. In de schuur (die er nu niet meer is) stonden zo'n 6 a 8 koeien, 2 à 4 varkens en 2 paarden. Het was een soort boerderij.
De koeien stonden 's zomers op de Weite. Er werden ook kippen, duiven en konijnen gehouden. In huis, in de ruimte links van de voordeur was de winkel in grutterswaren, gedreven door GM.
De glazen wand tussen gang en winkel zit er nog, tussen de wandbekleding.
9. kan zich nog maar net herinneren dat die winkel in grutterswaren er was. Toen hij een paar jaar oud was werd die veranderd in een fietsenwinkel. FR produceerde zelf fietsen uit onderdelen, die hem geleverd werden. Ook was hij fietsenmaker. Hero en Derk werkten toen ook al in het bedrijf.
1. Later toen de winkel er niet meer was en de kleinkinderen dikwijls op bezoek kwamen leek die ruimte wel een bloemenwinkel. Overal stonden prachtige bloeiende planten als lidcactussen, hortensia's en clivia's.
GM stierf in 1940 en FR in 1941 in dit huis. Betsie had de laatste jaren van hun leven voor hen gezorgd. Ze bleef er wonen, maar werkte ook nog veel op de boerderij. Tijdens de oorlog hebben Grietje en een paar van haar kinderen er ook nog tijdelijk gewoond.
De bonnen lieten ze over aan de thuisblijvers in Rotterdam, zodat die daar dan beter te eten hadden.
Na het huwelijk van Karsien met Jo Mik vestigde Betsie zich permanent in het huis. Toen zij zeer ziek was in het begin van 1947 trok Jo bij haar in om voor haar te zorgen.Betsie stierf er op 28.4.1947.
Karsien en Jo besloten toen om zich er samen met de kleine Dient te vestigden. De boerderij werd verpacht.
Karsien en Jo knapten het oude huis grondig op. De grote schuur werd afgebroken. Alle kozijnen werden vernieuwd. De stookplaats in de keuken werd van het raam naar een zijmuu: verplaatst.
Nu, in 1986, wonen Jo en Karsien er nog. Ze vinden het eigenlijk maar een krot en erg ouderwets. Maar de familieleden trekt het nog steeds erg. Ze komen er veel op bezoek en worden er gastvrij ontvangen. Zij vinden het er reuze gezellig.

Zover bekend heeft GM nooit hulp in de huishouding gehad. De kinderen moesten altijd flink meehelpen. FR deed zijn eigen werk, hielp nooit met de huishouding. Hij bemoeide zich er ook niet mee. Het geld, dat hij verdiende, gaf hij aan zijn vrouw, die het naar eigen inzicht besteedde..
FR zorgde voor de grote moestuin, GM voor de siertuin, de varkens en de kippen.
Al hun aardappelen, groenten, fruit, vlees, melk en eieren produceerden ze zelf. Van de overtollige melk werd een deel aan de deur verkocht en van een deel boter gemaakt. Roggebrood werd door de bakker gebakken, na inlevering van eigen rogge.Wittebrood werd zo nu en dan zelf gebakken, evenals koekjes, (9) maar die waren direkt op.
In het najaar werd geslacht, zelf of door de slager. De zijden spek en de worsten werden aan het plafond in de keuken gehangen. De reuzel werd gebruikt om te bakken. Later kregen de familieleden ook altijd een deel.
Alle kleren werden zelf genaaid of gebreid. Er was een naaimachine. GM kon goed naaien en leerde het aan haar dochters.
Mine en Leentje konden met die kennis zelf een naaischool in ter Apel beginnen. De meisjes mochten, toen ze jong waren, pas haar een vriendinnetje uitnodigen om te spelen als ze eerst een naadje gebreid hadden.
De was werd niet elke week, maar eens in de zoveel tijd gedaan, zoals gebruikelijk was in die tijd. Dat kon men zich permitteren, omdat er genoeg ondergoed en verder wasgoed was.
Er waren 2 pompen, één binnen en één buiten. Er kwam grondwater uit.
Zich wassen deed men mbv een lampetstel of in de tobbe. Men waste zich iedere dag.
Achter in de deel was een ton. De inhoud van de put ging in een z.g. "dongbult", dwz in een grote hoop zand, waarin aan de bovenkant een gat werd gemaakt en daarin werd het gestort.
Hierin kwam tevens de gier van de koeien en dan na enige weken werd deze hoop na bezakking omgezet. Later in het voorjaar werd deze tamelijk droge substantie over het grasland gestrooid.



Foto van na WOII. Na de oorlog werd een groot deel van de tuin onteigend ten behoeve van woningbouw. Ook de voortuin moest verdwijnen, inclusief de mooie bomen en het fraaie hek. Dat maakt het aanzien var huis wel minder leuk. Karsien lijkt het niet te deren. Hij is niet iemand die vindt dat het vroeger beter was, integendeel.


Links: tekening voorgevel huis.
Rechts: plattegrond huis huidige toestand. Getekend door Karsien. In de slaapkamer in het midden was vroeger de trap naar boven, in de zijkamer de winkel, in de achterkamer de keuken.
De slaapkamer in het midden telde een aantal bedsteden. De schuur was veel groter dan nu.

Er werd eenvoudig doch goed gegeten. GM kon uitstekend koken en bakken: de pot van vroeger.
De ouders dronken veel (keteltjes)koffie, gezet met een flinke klont cichorei. Ze begonen er al voor het ontbijt mee. Kinderen kregen geen koffie.
5.2. "Daor krieg je een zwaart lief van", zei grootmoe. De kleinkinderen kregen melk met suiker. De hele dag stond op het fornuis het groene émaillen koffiepotje te pruttelen.
10.1. Voor speciale gelegenheden werd de kraantjeskan te voorschijn gehaald.
9. Éénmaal per dag, 's middags, dronk het gezin thee.
10.1. Van FR is bekend dat hij altijd zeer veel water dronk, uit de maat, die buiten bij de pomp hing. Hij dronk nooit alcohol. .

Maaltijden:
Het ontbijt bestond uit brij van rogge, gort of rijst of bruine bonen in melk gekookt.
Het middagmaal omvatte: vaak soep, aardappelen + vlees of spek of stamppot van b.v. bonen uit het zout (gedroogde) appelen of peren toe. ■; • ‘ ’:V rTy: ï. 'v :. V;
s Avonds werd er roggebrood, soms met kaas gegeten en melk gedronken.
5.1. Ze aten veel aardappelen en elke dag een stukje vlees of spek.
10.1. heeft speciaal goede herinneringen aan grootmoes gebakken aardappelen. Die kreeg je nergens zo lekker.

Gezondheid.
Uit alle verhalen blijkt dat Fokke Remmers en Geppien Moorlag ijzersterk waren.
Ze zijn ook beiden erg oud geworden, 94 en 89 jaar.
1. Wel was het zo dat de mensen natuurlijk ook wel eens wat hadden of ziek waren. Maar er werd vroeger veel minder aandacht aan besteed. Dokters waren duur, dus je probeerde het eerst zelf te klaren
In het gezin werden 10 kinderen geboren, met een tussenpoos van 2 à 3 jaar. Ze groeiden allen op tot gezonde volwassenen, een geweldige prestatie, zeker in die tijd.
10.1. heeft eens een gerucht gehoord dat er één gestorven is, maar 9. weet er niets van.
10.1. De jongste, Eppie, werd geboren toen GM al bijna 47 was. Ze was erg klein bij de geboorte en de vroedvrouw dacht dat haar moeder haar wel niet groot zou krijgen, maar dat lukte wel.
9. Als de kinderen zich niet goed voelden werd er thee gemaakt van Berenburg, een kruidenmengsel. Daar knapte je snel van op.
Van FR is bekend dat hij zich tijdens de WO niet goed voelde. Hij liet daarom een dokter komen. Deze onderzocht hem en constateerde dat hij niets mankeerde en wel 100 kon worden. Hij vond hem een dokter van niets.
10.1. Op oudere leeftijd had hij wel last van jicht en daardoor ook wel van vergroeide vingers. Als remedie gebruikte hij palingvellen (Mine en Eppie deden dat ook).
Hij trok zijn eigen tanden en kiezen.
10.1. GM had nogal eens last van hoofdpijn.
9. Later is dit overgegaan.
10.1. Ook had ze reuma-achtige verschijnselen. 9. Maar dan heel lichte, als ze ze had.

Werk
Uit alle overgeleverde verhalen blijkt dat er veel en hard gewerkt werd door de familie
4.1. De oude FR wist van geen ophouden. Vaak moesten zijn dochters nog op zondag naar het land om allerlei werk te verrichten.
Alles werd aangepakt, waarin men brood zag. ' ■ . •.
GM werkte op de boerderij van haar ouders voordat zij trouwde.
FR werd in ca.1862 in de kost gedaan bij de Duitse blikslager Kolschosz (juiste spelling niet bekend) in Boertange. Hij werd er opgeleid tot een goed vakman. Hij zou bij K. gebleven zijn tot zijn huwelijk in 1875, dus in totaal ca. 13 jaar.
Toen GM en FR in 1875 trouwden vestigden zij zich in Vlagtwedde in een oud huis tussen de huidige Wilhelminastraat en de toenmalige Ruiten Aa (nu Veelerdiep).
Er hoorde een stuk land bij, dat gebruikt werd voor het verbouwen van gewassen en het houden van dieren
9. Het was een boerenbedrijf, zoals ieder dat had. De dokter, de dominee, de burgemeester waren ook boer. Het was geen hobby, maar noodzaak.
9. meent dat FR vanaf 1875 in dit oude huis zijn beroep van blikslager uitoefende. Maar hij kreeg er pas in 1880 officieel vergunning voor.

Klik op de afbeeldingen voor een vergroting Links vergunning. Rechts: notitie van Fokke Remmers in een notiteit. Volgens overlevering vlak na zijn huwelijk "Porselein aan elkander te zetten bestaat uit een mengsel van ongebluschte kalk en eiwit of zoals de Cienezen doen met fijngest... glas dat vooraf 5 tot 6 minuten in water gelegen heeft en eiwit".

Landuitbreiding kwam tot stand door het verkrijgen van de Weite, een stuk land tussen de Provinciale weg naar Boertange en een oude veendijk, die er nog ligt.
Waarschijnlijk werd de Weite eerst gepacht (oa van de kerk) en pas later gekocht. De Wèite werd verveend, toen ontgonnen.
In 1891 kocht FR 2 akkers veen in het Lutkeveen, sektie H der gemeente Bellingwolde.
9. weet niet wat hiervan de bedoeling was.
Het gezin dreef ook een winkel in grutterswaren. Vanaf welk tijdstip is niet bekend. Omstreeks 1900 werd deze opgeheven en kreeg de ruimte een nieuwe bestemming als fietsenwinkel.
Omstreeks deze periode werd de fiets populair en van heinde en verre kwamen er mensen om hun fiets door FR te laten nakijken.
Uit Duitsland zelfs kwamen mensen op fietsen met één klein en één groot wiel. FR bouwde er ook eens zo één. Toen hij wilde proefrijden verbood hij zijn dochters ernaar te kijken.
Dat deden ze toch en zagen net dat hij met fiets en al in de sloot viel. De fiets werd gedemonteerd. Het grote wiel deed nog jaren dienst in het karnapparaat.
FR ging fietsen repareren, verkopen en later produceerde hij ook onderdelen

Nota s F. Remmers. De nota rechts is afkomstig van de website https://mlagerwerf.wordpress.com/


Werk 2
De kinderen doorliepen allemaal de openbare lagere school van Vlagtwedde en kwamen daarna thuis om in het bedrijf te werken.
10.1. De kinderen mochten later worden wat ze wilden, maar het bedrijf ging voor en als ze niet wilden doorleren moesten ze thuis blijven, want duvelstoejager voor een ander worden was er niet bij.
Van de mogelijkheid om elders een opleiding te volgen hebben alleen Jantje en Grietje gebruik gemaakt.
Een opleiding volgen was kostbaar. Weliswaar werden overal in het land goede scholen opgericht, maar Westerwolde was een geïsoleerd gebied. Studeren betekende dus het huis uit moeten en elders in de kost gaan.
Hero en Derk werden opgeleid in het bedrijf van hun vader.
Fokke Remmers was in die tijd behalve boer ook koper-, blik- en zinkwerker, fietsenmaker en smid,
Hij verkocht en repareerde fietsen en kachels, produceerde fietsen en waterpompen en trok kiezen.
Hij ging zijn waren altijd lopend afleveren. Zelfs toen er later een tram was, nam hij hoogstens een enkele reis. Zo liep hij geregeld met pompen op zijn rug naar Nieuweschans.
5.1. De boeren in Westerwolde kenden hem allemaal.om zijn vakmanschap en vindingrijkheid. In 1910 werd het land in Stakenborg gekocht. Een gedeelte ervan werd door de familie ontgonnen, de rest door beroepskrachten.
Vanaf ca. 1912 ging men zich bezighouden met de verhuur van stoomlocomobiles en dorsmachines. De familie heeft 2 van beide machines in bezit en bedrijf gehad.



Werk 3
 
3 Remmersen met één van hun dorsmachines op de foto. Geheel links de oude FR                                                                                                             Rechts een bericht uit de Winschoter courant

9. Het werkvolk bestond uit 1 machinist, 1 stoker, 1 insteker, 1 lossnijder, 1 kafdrager, 1 zakkenvuller, 2 korendragers, 1 waterdrager, 1 naaldsteker, 1 draadbinder, 2 stroodragers.
Het loon was 25 cent per uur voor de machinist en 15 cent voor de anderen. De drager kreeg 10 cent per uur. Het verzetten van de ene boer naar de andere gebeurde de paarden van de boeren.
Tevens moest ik (9) dan met onze paarden ook steeds paraat zijn, want het gebeurde zeer vaak, dat ' vreemde paarden naast mekaar niet willen trekken, want die dingen gingen zwaar in die modderwegen.
De oude Remmers ging de boeren langs om opdrachten voor de dorsmachines te verkrijgen. Ze waren de eersten in de streek, die gingen loondorsen. Ze bedienden half Westerwolde. Als er niet gedorst werd, gingen de stoomlocomobiles naar het veen.
Hero was degeen, die de machines aan de gang hield. Derk was machinist.
Veilig waren deze machines niet.
9. In het voorjaar van 1916 of '17 waren we aan het baggeren. Toen kregen we daar op 't land bezoek van een veenarbeider uit 2e Exloërmond met het bericht dat Hero zijn arm had bebroken.
Dit was gebeurd met een riem van de baggermachine, waarop hij werkte. Vader is toen om half vier van hier lopend naar de plaats van het ongeluk gegaan.
Hij was 's nachts om 4 uur weer thuis. Ook gelopen. Toch wel 50 km samen en dat op een leeftijd van 70 jaar.
4.4. Derk als machinist maakte ooit eens de veiligheidskleppen vast van de stoomlocomobile om meer druk te krijgen.
Meer prestatie meer geld. In dit geval resulteerde dat in het wegknallen van het peilglas, waarbij Derk nog net de dans ontsprong.
Pienus zei: "vergelijk het maar met de Onedin-Line, dan ben je er het dichts bij'". Als het goed ging verdiende het aardig, als het verkeerd ging waren de rapen gaar.
Er zou eens, wie toen de machinist was weet ik niet, een hele dorsmachine in de hens zijn gevlogen, doordat de poelie aan het stroo langs draaide. Ook zou er eens een arbeider in het gat, waarin de schoven gegooid werden zijn geraakt. Hero moest toen schoonmaken.

Werk 4
In de krant kwam zo iets persé niet.
Het was moeilijk werk en de mogelijkheden waren gering. Hero en Derk hadden verschillende karakters, die botsten. Hero overheerste nogal.
Derk zette zich te weinig in volgens zijn vader. Derk heeft er waarschijnlijk de brui aangegeven. Hij werd machinist op de stoomtram in Winschoten en trouwde met Jantien Draayer.
Op Stakenborg waren eerst de schuren gebouwd en toen het woonhuis. Hero trouwde begin 1918 met Johanna de Groot. Het jonge stel ging op de boerderij wonen. Met behulp van landarbeiders werd de boerderij bewerkt.
Op 12.4.1919 verongelukte Hero dodelijk toen hij een stoomlocomobile in het veen in Valthermond trachtte te repareren.

De Telegraaf 17-04-1919

Fokke Remmers was toen al bijna 72 jaar oud. Het was Hero geweest, die de machines gaande hield. Hij besloot toen de dorsmachines te verkopen aan de Dorsvereeniging te Roswinkel.
Deze dorsmachines werden uit Duitsland geïmporteerd door een importeur uit Groningen. Ze bestonden uit een dorskast, welke het koren schoon in de zak leverde, getrieurd en zonder zand en onkruidzaden.
De 8 pk sterke locomobiles waren van Lanz te Mannheim. De stroo-persen werden gemaakt door Moed en Veenstra te Winschoten.
Karsien besloot boer te worden en ging samen met zijn zuster Betsie op de boerderij wonen en werken. Hun vader kwam er nog dikwijls om de boel te inspekteren en mee te werken FR werkte in Vlagtwedde door op eigen land en in eigen bedrijf.
Toen hij al 80 was maakte hij nog uit een paar erfbomen een wipkar en ook zijn eigen zelfgesmede grafhek.
Toen zijn oudste kind Jantje in 1933 stierf maakte hij op 86 jarige leeftijd nog een gesmeed grafhek voor haar.
Zijn hele leven heeft hij hard gewerkt en dat deed hij tot zijn eind. Hij stierf op 13.10.1941 op 94-jarige leeftijd.



Boedelverdeling na het overlijden van Fokke Remmers in 1941

De Weite
Het gezin had, naast de tuin bij het huis in Vlagtwedde, nog een stuk land. Dit ligt aan de Provinciale weg naar Boertange. Waarschijnlijk beschikten ze al in een vroeg stadium hierover, en werd dit eerst gepacht, o.a. van de kerk.
9. De ligging van het eerst gekochte stuk land, waar vader de watermolen op bouwde, was in die tijd ontzettend nat. Dopheide, buntgras en allerlei waterplanten, alsmede veenmossen tierden er welig.
Grote troepen korhoenders, patrijzen, hazen en adders behoorden tot de fauna.
Het land zag er ongeveer uit zoals onderstaand schetsje.

Klik op de afbeelding voor een vergroting

9. In dat z.g. g. gliegat groeven we turf, z.g. gliedekluiten. Ulitstekende brandstof, kon bijna voor steenkool doorgaan. De bovenste lagen leken voor turf minder geschikt en daar maakten we bagger van.
Dat veen of modder werd in een grote platte bak gespit, rijkelijk vermengd met water en dan met laarzen aan er zo lang in trappen, totdat het een taaie smeuige modder was.
Vervolgens werd het op een vlakke grond geschept en omgeven door schutplanken of schotten ter drogïng gelegd. Na eenige tijd werd het met een scherpe vlakke spade in repen, dan in blokken en dan weer in de z.g. baggers gestoken.
De molen stond er nog, toen ik nog in de laagste klas op school ging. Mijn zusje Grietje moest daar toen op de koeien passen. Als vriendje had ze toen in de schoolvacanties een Albert Teijen, de latere directeur van de Postgirodienst in Utrecht. Hij was ongeveer zo oud als ik.
De wieken van de molen dreven 2 opstaande pompen aan met een diameter van ca. 20 cm. Wanneer er een matige wind was, dan waren de sloten in een ogenblik droog. Dan kon na eenige dagen het moeizame ontginnen beginnen
Ik denk dat Jantje in haar jeugd wel heeft meegeholpen aan de ontginning an ’t land in de Weite. Toen ging dat weer anders, want schijveneggen waren er toen nog niet. Eerst werd de heide geploegd, indien mogelijk iets dunner.
Dan werden de heidezoden met een "hauwe", dit is een iets kleine schoffel- =1, die gebogen op een steel wordt gezet.

Met zo'n werktuig werden die heidezoden stuk geslagen tot kleine kluiten. Na eenige malen eggen werd zo'n stuk land dan iets dieper geploegd. Na enige eggen en verkruimelen kon dan gezaaid en gepoot worden.
Op de Weite werden o.a. koeien geweid.
9. In de zomer ging m’n zuster Elizabeth met een grote bus voorop de fiets de melk dan naar huis vervoeren. Maar ze verkocht er onderweg soms ook nog van. In deze bus ging ca. 30 L melk. Het voorwiel van de fiets was zeer sterk gebouwd.
Dit melken gebeurde 2 x per dag. Na het overlijden van FR en GM ging de Weite "naar de meisjes". Volgens de boedelscheiding van 19.8.1942 was het toen ƒ 11.500 waard. C.v.d.Leur,dus Grietje, kreeg er geld voor in de plaats: ƒ2300.
Al na een jaar werd Wupkes deel aan R. Dijks verkocht, jaren later het deel van Mien van Wijk aan Jaap Dijks. Ongeveer 10 jaar geleden (ca. 1976) wist Jaap Dijks de pachter in de sanering te krijgen.
Het land kon toen vrij van pacht van de hand gedaan worden. Karsien had erg graag gehad dat Jan en Dina het kochten. Maar die vonden dat ze al genoeg land hadden. Het is aan een boer uit de buurt verkocht.
Dit ging Karsien zeer aan het hart.


De boerderij in Stakenborg
In 1910 kocht Fokke Remmers ongeveer 20 hectare heideland van Hesse in Ter Apel.
9. De grond bestond uit gewone heidegrond, d.w.z. gewone zandgrond met bovenop een laagje heidehumus. Alleen dichtbij huis was 2 hectare laagveen, z.g. gliede. Hieruit hebben we in oorlogstijd uitstekende brandstof gekregen, toen dit perceel werd ontgonnen.
Het land te Stakenborg is niet allemaal door eigen familie ontgonnen, maar wel datgene wat mooi effen was. Dit heideland werd eerst omgploegd met een zeer scherpe ploegschaar en dito schijf.
Dan moest het een jaar blijven liggen, alvorens het met een schijvenegge kon worden bewerkt. Eerst dagelijks over de ploegvoren, dan in de lengte en daarna eenige keren met een zware eg heen en weer. Zwaar werk voor de paarden en jezelf.
We hebben ong. 3 hectare door de Heide Mij. laten ploegen met een ossenploeg, getrokken door 6 ossen. De ploeg ging 60 cm diep. Je kan je niet voorstellen hoe langzaam dat ging. Ze zijn met die 3 hectare 4 1/2 week bezig geweest.
Ze begonnen 's morgens om 7 uur en 's middags een uur rust tot 5 uur. De bezetting bestond uit 2 man: een ploeger en een drijver. De laatste sloeg de gehele dag met de zweep op de ossen.
Maar de dieren trokken er zich weinig van aan, want hun huid was zo gepanserd door al die slagen dat ze leek op het vel van een krokodil.
En verder heb ik nog heel wat laten ontginnen door de werkverschaffing, ook onder leiding van de Heide Mij.
Later is er nog een stuk bijgekocht van Waarsing- Trenning uit Veenhuizen, tussen Onstwedde en Stadskanaal. Dit perceeltje ligt achter het huis Nobbe, en loopt tot ongeveer 400 meter naar achteren.
1.1. Gedurende de eerste jaren werd het land bewerkt vanuit Vlagtwedde. Er werd eerst alleen maar een schuur gebouwd. Het woonhuis kwam pas in 1918 klaar. De boerderij werd gebouwd door G. de Ruiter.
De oude Fokke Remmers ging er nog al eens naar toe om te helpen met de bouw.


Klik op de afbeelding voor een vergroting

Hero trouwde in 1918, juist toen het huis af was. Hij ging er samen met zijn vrouw Johanna de Groot wonen. Hero verongelukte op  12 augustus 1919. Johanna verliet toen de boerderij.
Karsien en Betsie betrokken de boerderij om deze te bewerken. FR vond dat nu al zijn kinderen middelen van bestaan hadden, zodat de boerderij naar Karsien kon.
De boerderij werd op 29 oktober 1919 op Karsiens naam geschreven. Karsien zou gedurende 26 jaar de boerderij bewerken. Hij werd bijgestaan door 2 inwonende knechts, Geert Grijze en Mans Staal en door de uitwonende arbeider Geert Arnoldus.
De laatste heeft ongeveer 25 jaar in Stakenborg gewerkt.
Betsie heeft zeer hard gewerkt. Ze deed het huishouden, onderhield de moestuin, hielp het vee verzorgen, hielp mee op het land en zorgde voor de logé's. Daarnaast hielp ze bijna dagelijks haar ouders. Ze ging dan op de fiets naar Vlagtwedde met van alles en nog wat.
Het land bestond vooral uit hooien weideland. Verder werd er rogge, haver, bieten, boerenkool en aardappelen geteeld.
De oude FR werkte vaak mee, vooral bij het herstellen van gebroken of versleten gereedschap.
In de vakantie kwamen heel wat familieleden logeren. De neven en nichten bewaren daar de allerbeste herinneringen aan.
Op 24.3.1943 trouwde Karsien met Jaapkina Mik. Betsie ging toen voorgoed in Vlagtwedde wonen in het huis van haar ouders.
Op 8.11.1944 werd Weertdina Geppiena Remmers op de boerderij geboren.
Betsie stierf op 28.4.1947. Karsien en Jo besloten toen naar Vlagtwedde te gaan.De boerderij werd verpacht.
Op 24.4.1970 trouwde Dina met Jan Kruize, juist toen de pacht afliep. Dina en Jan knapten het huis op en betrokken de boerderij. Hier werden hun 2 kinderen Jaapkina Harmina (8.5.1971) en Jarke Karsien (13.5.1974) geboren.
Het bedrijf staat nu (1986) op naam van Jan en Dina. Ze hebben er nog zo'n 10 hectare bijgekocht Het is nog steeds een gemengd bedrijf.
links: Geert Arnoldus me en kind.
Uit een brief van hem aa sien en Jo van jan.1955. woonde toen nog op de Pa "Vaak dwalen wij nog met gedachten terug naar het den, telkens als wij Sto Boerderij voorbij gaan k steeds een aangename Her naar boven, al is de wer veel veranderd, al is al weelde geworden, wat vro arm was, om ons toe, toe ik niet, wij doen liever mee, wij houden ons liev bij onze oude momenten. En op deze manier zullen verder gaan, vertrouwend we steeds nog, met onze < getrouwe werkgever, en z vrouw en kind op goede voet mogen verder gaan.
En nemen dan afscheid, met de wensch, kom eens, een keer, op een dag, bij ons. Vriendelijk Hoogachtend.
Uw oude Arbeider
Geert Arnoldus en Vrouw, Kinderen en Kleinkinderen."
Jarke in de stal, nov.1985
zomer 1985 bezoek uit Tasmaniê vlnr: Jarke, Eppie, Dina en Jan


Kleinkinderen en achterkleinkinderen
Tijdens hun leven hebben Geppien Moorlag en Fokke Remmers 21 kleinkinderen (nr. 22, Dina Remmers werd in 1944 geboren) en 3 achterkleinkinderen gekregen.
Beiden waren ze enthousiaste grootouders, vooral Geppien.
Het eerste kleinkind, Mien van Wijk, werd in 1906 geboren.
1.1. Mien van Wijk was buitengewoon op haar grootmoeder gesteld en omgekeerd. Tot op hoge leeftijd en toen ze nog maar heel slecht zag, heeft GM lieve, roerende brieven aan haar oudste kleindochter geschreven.
Op haar grootvader was 1.1. vooral heel trots, op alles wat hij gepresteerd heeft, al geneerde ze zich nogal, omdat hij zo pro Duits was.
1.1. heeft veel bij haar grootouders gelogeerd en had daar de allerbeste herinneringe aan. Grootmoe placht haar een gulden te geven, als ze kwam. 1.1.leverde ook de eerste 3 achterkleinkinderen, waarvan ze er 2 zeker nog gekend hebben.
1.1.1. Ik was nog heel klein, ik moet 3 jaar oud geweest zijn, toen er met veel tam tam aangekondigd werd dat ik mijn overgrootouders ging bezoeken, die heel, heel oud warer Toen dacht ik nog dat hoe ouder je was, hoe groter je was.
Dus verwachtte ik 2 heel lange mensen te zien (en ik was al heel wat gewend op dat gebied). We liepen het tuinpad in Vlagtwedde op. Er kwam een heel klein, krom vrouwtje op me af. Teleurgesteld riep ik met harde stem: "Maar overgrootmoeder, wat bent U maar klein."
GM antwoordde lachend "Ik val heur tegen, ik val heur tegen." Haar stralende lach is me altijd bijgebleven. Overgrootvader viel me ook tegen. We zaten thee te drinken in de kamer toen hij gehaast binnenkwam. Ik vond hem ook klein en bovendien vuil. Hij kreeg thee en toen deed hij iets, dat een onuitwisbare indruk op me maakte. Hij goot zijn hete thee op zijn schoteltje en dronk het op. Zoiets had ik nog nooit gezien. Later wilde ik het thuis vertellen, maar mijn moeder snoerde me de mond, daar mocht ik niet over praten. Daarom heb ik 't waarschijnlijk zo goed onthouden. Overigens kan ik mij niet herinneren dat hij enige aandacht aan mij schonk.
Alle ondervraagde kleinkinderen, behalve Dina, hebben hun grootouders goed gekend. Zij denken allen met de allergrootste genegenheid aan hun grootmoeder terug. Aan hun grootvader hebben zij ook goede herinneringen.
De kleindochters zijn positiever over hem dan de kleinzoons. Een aantal kleinzoons stoorden zich aan de wijze, waarop Karsien beandeld werd (hij moest zich wassen, na het gebruik van scheerzeep, zijn motorfiets verstoppen, e.d.) of vonden dat hij zich onnodig onvriendelijk gedroeg.
De meesten logeerden regelmatig in Vlagtwedde, maar vooral in Stakenborg.
Het derde kleinkind, Fokko Wilken (1915) heeft zijn grootouders niet alleen heel goed gekend, maar ook nog een hoop gemak gehad van de goede naam van zijn grootvader.
5.1. Als jongen van 18 jaar werkte ik bij een schilder te Ter Apel en dan gingen we wel naar Westerwolde om boerderijen te schilderen. FR kenden ze allemaal om zijn vakmanschap en vindingrijkheid.
Hij (FR) deed veel zaken met Oskar Keip in Groningen. Dit trok, omdat dit ook een Duitser was. Deze firma is uitgegroeid tot een groot bedrijf. Ik heb er plm. 30 jaar voor gewerkt.
Het vierde kleinkind, Fokko Remmers, (1917) verloor zijn moeder aan de Spaanse griep. Hij werd liefdevol opgenomen in het grootouderlijk huis in Vlagtwedde. Hij bleef er tot zijn vader hertrouwde. Grootmoe Eppie speelde als een jonge moeder met hem.
4.1 Tegen Sinterklaas dachten de ooms en tantes wel eens dat de goedheiligman op straat langs het huis liep. Van schrik kropen Fokko en grootmoe dan onder tafel om zich te verbergen.
Een keer kroop de kleine Fokko al spelend onder de tram. Net voordat de tram zou gaan rijden wist iemand de conducteur te waarschuwen. Voortaan werd Fokko aan de middelste boom voor het huis met een touw vastgebonden.
Grootvader FR vond ook dat hij  een bijzondere band met deze kleinzoon had, omdat hij de enige was met de zelfde naam. Daarom wijdde hij hem in in allerlei beroepsgeheimen. Ook bood hij deze kleinzoon het huis in Vlagtwedde aan, om later in te wonen.
4.1. sloeg dit aanbod af, omdat hij zich niet aan het Noorden wilde binden.
Het vijfde kleinkind, Herman Wilken (1917), herinnert zich grootmoe als de goedheid zelve en opa als een goede, maar enigszins strenge man. Hij was goed thuis in de planten- en dierenwereld. Hem niet bekende planten determineerde hij mbv een oude flora.
Toen hij niet meer redelijk kon lezen kreeg Herman de flora. Gevonden voorwerpen, zoals oude spijkers en andere in zijn ogen nog bruikbare materialen nam hij mee naar huis.
Het zesde kleinkind, Eppie Weijl (1919), werd in het oude huis in Vlagtwedde geboren. Ze logeerde er later nog vaak.
10.1. Het huis was gezellig. Je voelde je er beschermd. Het huis kwam als het ware ware om je heen. We zaten in de zitkamer, opa en grootmoe elk aan een kant van de kachel, de anderen er in een kring omheen.
Overal waren bloemen in huis. Een bloemist zou er jaloers op worden. De tuin stond ook vol bloemen. Voor het huis stonden oude bomen, in de tuin vruchtbomen. Huis en tuin waren een weldaad. Grootmoe kon heel goed koken. Grootmoe werd nooit kwaad, wat je ook deed.
10.1 sloot haar wel eens op in de kelder. Zelfs dat maakte haar niet boos.
In latere jaren werd er kennelijk minder in Vlagtwedde gelogeerd. Maar het er regelmatig op bezoek gaan ging door. De kinderen, zoals Mine, namen de logeerpartijen voor hun rekening. Vandaar uit konden de familieleden op bezoek in Vlagtwedde.
Betsie en Karsien op hun boerderij in Stakenborg waren bijzonder gastvrij.
10.1 Betsie was dé tante voor alle neefjes en nichtjes. Op haar kamer stond een kastje waarin ze kleine geschenken voor de kinderen bewaarde, zoals een appel of een kaatsbal. Op de boerderij konden de kinderen naar hartelust spelen en kattekwaad uithalen.
5.2. Bij oom Karsien op de boerderij mocht ik eens, na veel aandringen mijnerzijds, de geboorte van de biggetjes bijwonen. Helaas gebeurde dit 's nachts, ik kon mijn ogen nauwelijks open houden. Veel heb ik er dus niet van gezien. Maar ik wist vanaf die nacht wel dat de biggetjes niet uit de bek van de "mot" (het moederdier) kwamen, zoals ik altijd meende.
5.2. Bij oom Karsien en tante Betsie waren we dikwijls met meerdere neven en nichten op vakantie. Bij warm weer gingen we stiekum zwemmen in het achter het land liggend kanaal (grens met Duitsland), spiernaakt en gemengd.
Eppo Koolhof herinnert zich vooral al het kattekwaad, dat hij met neefjes uithaalde.
7.2. We maakten keurige pakjes van stro en pakpapier er om heen, met een touw eraan. We zaten dan achter de bosjes te wachten tot er iemand stopte om het op te rapen. Als de vinder zich dan bukte trokken we het pakje weg. Dat liep zo goed, dat we het nog weer anders aanpakten.
We maakten mooie pakjes met stront erin en dan zonder touw. De vinders stopten en raapten het op, om het vervolgens zorgvuldig tussen 2 verse broodjes in hun fietstas te stoppen.
De familie uit Zwolle kwam elk jaar in de zomervakantie in Vlagtwedde en op "Stakenborgh" te logeren.
10.2. Achter de boerderij groeiden veel lijsterbessen. Tante Betsie waarschuwde ons steeds niet van de "liesterknallen" te eten, omdat wij dan ziek werden. Eveneens achter de boerderij was een lange paal, horizontaal op een as, met kamwielen gemonteerd, (eer soort dorsmachine?).
Wij mochten er niet aankomen, omdat er- volgens tante Betsie- eer dikke hond onder zat.
10.2. Als kind van ongeveer 6 jaar zou ik van oom Karsien een pas geboren biggetje meekrijgen naar Zwolle. Toen ik vroeg hoe ik die dan moest meenemen, zei hij, "in de matrozenmuts".
Bij ons vertrek had ik niet meer aan mijn big gedacht. Echter toen we dicht bij Zwolle waren moet ik huilend hebben geroepen: "Oom Karsien, 'k heb mien wiggie vergeet'n".

Amusement
Behalve hard werken kon de familie Remmers ook best plezier maken.
Volgens 1.1. kon Geppien Moorlag goed zingen. 9. weet daar niets van, maar hij heeft 5 moeder uitsluitend zonder tanden gekend en "zonder tanden en kiezen kun je niet zinger".
Toch werd er, volgens de overlevering, heel wat muziek gemaakt ten huize van de fam. Remmers. FR hield ervan op een trekharmonika te spelen, de kinderen zongen er bij. Er stond eer orgel in huis, waar Derk op speelde.
Hero schilderde. In de boerderij in Stakenborg hingen vroeger landschapjes van hem.
FR en GM hielden van lezen, vooral de krant. Dan was er een ingebonden jaargang Duitss tuintijdschriften in huis, waarin FR graag las. Beiden hadden ze grote belangstelling en liefhebberij in tuinieren.
Beiden zouden ze vroeger geschaatst hebben. FR kon zelf schaatsen maken, want Herman Wilken heeft het nog op door hem gemaakte schaatsen geleerd.
Ze gingen weleens op visite, maar niet vaak, volgens 9.
GM ging geregeld met haar broer Tole om. Ze gingen ook wel eens uit rijden met het rijtuig van Tole.
Fietsen hebben ze beiden op latere leeftijd geleerd. FR ging liever lopen, vooral als het donker was, in verband met de slechte wegen in die tijd. GM kon goed fietsen.
9. Ja, Moeder kon goed fietsen, hoewel ze het zeer laat had geleerd. Toch is ze eens met fiets en al in een kolk gereden. Die kolk was nog een overblijfsel van vroegere overstromingen door de Eems in Duitsland.
De kinderen hielden graag dieren.
9. Ik had een hok vol duiven en een hok vol konijnen. Honden en katten waren verboden in verband met wormengevaar.

Humor in de familie Remmers
Bij het lezen van dit hoofdstukje moet de lezer bedenken dat wat de één leuk vindt, de ander dit flauw of nog erger vindt.
Bovendien veroudert humor.
De familie Remmers lijkt altijd verzot geweest te zijn op gekke situaties en op "practcal jokes". Wel is het natuurlijk zo dat deze moeiteloos generaties lang doorverteld kunnen worden.
Zeker is in elk geval dat de grappen veel duidelijk maken: over de grappenmaker, over het slachtoffer en ...over de verteller. Daarom hoort dit erbij.

1890. 4.1. De eerste fiets en het latere karnrad.
Fokke Remmers had 2 rechter handen en dat liet hij zijn omgeving wel zien. Zo kwam hij op het idee om ook een fiets te maken. In die tijd deed de fiets voor het eerst zijn intrede in die wereld. Het was de fiets met het grote wiel voor en het kleine achter.
Toen hij dat ding af had moest er een proefrit gemaakt worden. Dat moest zo ongezien mogelijk gebeuren. Zo werd er een verbod uitgevaardigd ten huize van de famile Remmers: Hij mocht niet worden nagekeken. En dat voor al die dochters.
Hoeveel het er toen waren heeft tante Betsie me er niet bijverteld. Maar wel dat de proefrit in de sloot langs de weg eindigde. En Fokke had nog net gezien dat hij toch werd nagestaard door zijn nageslacht. Vol nijd toog hij weer winkelwaards en demonteerde het vehikel.
De overgebleven onderdelen werd vanzelfsprekend weer benut. Het grote wiel werd in het karnrad gebouwd. Dat was het aandrijvingsmechanisme, waar een hond inliep om het rad te laten draaien. Aan het rad zat een krukas, daardoor ging de stamper op en neer.
Tante Betsie heb ik er in latere jaren er nog boter mee zien fabriceren. Die zelfgemaakte boter ging dan in een natte houten vorm en was zo smakelijk, dat ik er nu er nog van kan watertanden.

1904. 4.1. Om de hand van tante Jantje.
Het was bedrijvig ten huize van de familie Remmers. Alles zag er proper uit en de vrouwelijke leden waren erg nieuwsgierig op de komende dingen. Want de vrijer van ons Jantje zou komen om de hand van zijn geliefde te vragen aan haar ouders.
Ook ging het ons Derk niet mis. Want Pape, zo werd de oude door de kinderen genoemd, vroeg aan Derk: "Zeg, Derk, zoek jij mij een heel oude smerige broek op en ook een oude kiel." Dat was koren op de molen van ons Derk.
Hij deed goed zijn best als nooit te voren. Hij had de zaak door. Tegen de afgesproken tijd, dat de vrijer Bernardus zou komen, zat ons Pape mooi uitgedost in de kamer achter een krant, die hij altijd getrouw in die hoek daar las.
Hij was te vies en smerig om met een tang aan te pakken, zo men wel eens zegt, tot grote ergernis van moeder en dochters, die zich ellendig schaamden. En zoon Derk had de grootste schik. De vrijer kwam. Bernardus bleef.
Hij liet zich niet afschrikken door die ouwe, die daar in vol ornaat zat. Misschien heeft hij zich afgevraagd waar hij terechtgekomen was, maar hij is wel met zijn Jantje getrouwd. En Fokke Remmers was er zeker van dat Bernardus het eerlijk met zijn dochter meende.

14-18. 7.2. Deutschland über alles.
FR was zeer pro Duits en heeft altijd de Duitse nationaliteit behouden. Sommigen probeerden hem over te halen Nederlander te worden, maar dan antwoordde hij (9.) dat dat ƒ 70, kostte en dat vond hij te duur. 10.1. Hem werd de raad gegeven zich te laten naturaliseren.
Op zijn vraag waarom, werd hem gezegd dat dat beter zou zijn i.v.m. eventuele hulp voor zijn gezin. Zijn antwoord was: "Daar zal ik zelf voor zorgen."
Gedurende de Eerste Wereldoorlog was hij zeer op de hand van Duitsland. Frits Koolhof probeerde er met hem over te praten. Als antwoord kreeg die "Deutschland über alles." Triomfantelijk riep Frits: "Maar niet verder dan de IJzer, Ouwe."

ca. 1920. 4.4. Van harte gegunde honing.
Mijn moeder vertelde: In die tijd liep het altijd af en aan bij "Olie" Fokke Remmers. Het huis, waarin Karsien nu woont, maakte toen deel uit van een boerderij. Achter die boerderij werd in de tuin een bijenstal (iemen) gehouden.
Het wilde zo zijn, dat enige bijenkorven in het najaar "geslacht" (geleegd) werden, toen ook Jantje en Bernardus van Wijk er logeerden. Van Wijk lustte graag honing en likte daarvan nogal rijkelijk met een vinger uit de korf, die hij tussen de benen hield.
De "Olie" had daar veel plezier aan. Echter bleek de volgende dag het gevolg en de oorzaak van zoveel dingen. Van Wijk had een rijkelijk gesmeerde stoelgang aan de zo van harte gegunde honing overgehouden.

ca. 1930. 7.2. Zuinige Opa.
Eppo ging als jongen regelmatig bij zijn grootouders op bezoek. Opa was toen nog steeds aktief in zijn werkplaats. Dat hij toen nog steeds erg zuinig was bleek uit een plank in zijn werkplaats. Daar lagen altijd 10 gebruikte pruimen te drogen.

1940. 5.1. De eerste tandarts van Westerwolde.
FR had vroeger van een echte tandarts geleerd hoe hij tanden en kiezen kon trekken. Hij bezat daartoe ook echte instrumenten.
5.1. In april 1940 waren FR en GM 65 jaar getrouwd. Toen moet hij één glas wijn gedronken hebben. Ik ben er toen nog op bezoek geweest. Het was in de mobilisatietijd en ik was miilitair. Alle verloven waren toen al ingetrokken.
Ik kon voor de bruiloft nog 2 dagen verlof krijgen. De burgemeester en een wethouder van de gemeente Vlagtwedde waren er ook. FR zei toen tegen de burgemeester dat hij de eerste tandarts van Westerwolde was.
Had iemand kiespijn, dan werd de kies in de smederij getrokken. De patiënt moest op de grnd gaan liggen en FR ging dan met zijn knie op de borst liggen.

1940. 7.2. Lachwekkende situatie.
Gedurende het begin van de oorlog stortte een Brits vliegtuig neer in Blijham, precies op de kerktorenspits. De piloot kwam daarbij om het leven. Frits en Eppo gingen kijken.
Op de terugweg gingen ze nog even in Vlagtwedde aan om verslag te doen. FR vond het zo'n lachwekkende situatie, dat hij bleef lachen.

1935. 10.l. Geen dokter nodig.
Op de diamanten bruiloft kwam ook de dokter feliciteren. Hij zei: "Mevrouw Remmers, ik ken jullie helemaal niet." Zij antwoordde: "Dat hoeft ook niet. Kom over 5 jaar maar".

4.4. Turfdief betrapt.
Er werd steeds maar turf gestolen in de Weite. Hero wilde daar een eind aan maken en te weten komen wie dat deed. Daarom nam hij wat turven mee naar huis, boorde er gaatjes in en stopte daar kruit in .
Zorgvuldig legde hij de turven terug buiten aan de stapel. Enige tijd later kwam er iemand om zijn kachel te laten repareren,omdat die ontploft was.

10.1. Als in Vlagtwedde de familie Remmers aan tafel zat kon het gebeuren dat één van de zoons naar buiten keek en dan b.v. zei: "Wat is dat nu daar?" Dan keken de andere kinderen natuurlijk ook uit het raam, en dan was één van hen wel zijn vlees of worst kwijt.

1925. 7.2. Roelf heeft de 100.000 gewonnen.
(Jaloerse?) Derk hield ervan zijn zusters te jennen. Zo beweerde hij altijd dat Roelf de 100.000 had gewonnen. Leentje ontkende het steeds in alle toonaarden. Ze antwoordde dan dat je veel geld met een bakkerij kunt verdienen. "Op een stoetje van 20 cent wordt een dubbeltje verdiend."

Pas geleden. Jantje Remmers. 3 krengige kereltjes.
Toen Hero en Jantje Remmers pas in Westerbork woonden begaf de klok het. Jantje bracht hem naar de klokkemaker en ze moest hem haar naam opgeven. "Remmers Remmers..???" vroeg de klokkemaker."Ja", antwoordde Jantje, "die naam komt uit Vlagtwedde."
Toen wist hij het weer. Hij had indertijd voor de concurrerende loondorser gewerkt. "Krengige kereltjes, die Remmersen" riep hij hartgrondig. Jantje en Hero konden er hard om lachen, maar de familie in Roswinkel niet.

10.1. Arme Grootmoe
Grootmoeder was gek met haar bloemen en tuin. Op een feestdag, toen kinderen en kleinkinderen in Vlagtwedde waren, zou ook even de tuin bewonderd worden. Bij de rhododendron keek ze heel verwonderd.
"Ik dacht toch dat er knoppen inzaten," zei ze. Wat was er gebeurd? Kleinzoon Herman had ze er netjes uitgeknepen om er de rest mee te bekogelen.

1.1.1. Dat meisje lijkt Eppy wel.
Leentje en Roelf besloten op een mooie zomeravond nog een wandeling te gaan maken in de Emmer Dennen. Aan het begin van een lange boslaan zagen ze aan het eind ervan een vrijend paartje op een bankje. "Net Eppy", vond Leentje. "Ja", zei Roelf, toen ze verder waren "dat meisje lijkt verbazend veel op onze Eppy." Ze was het ook, bleek. Eppy kon nooit om dat verhaal lachen, want het was niet met Roelof, toen ze op dat bankje zat.
Hield Eppo Koolhof ervan om keurige pakjes met stro of stront voor argeloze voorbijgangers op straat te leggen, zijn oudere broer pakte het zo aan: 10.1. Folko ging op een avond, toen zijn ouders op visite waren, in de voorkamer de tafel dekken met het mooie servies, glaswerk, enz. Daarna ging hij naar bed. Toen zijn ouders thuiskwamen hebben ze alles opgeruimd.

4.1. Siepels
Tante Grietje had eens verkering in Vlagtwedde. Hoe lang en breed heeft ze me niet verteld. Op een avond zei die snaak tegen haar: Ik kan vanavond niet vrijen, ik heb siepels gehad. Ze is niet met hem getrouwd.

4.1. Liefdesbrieven
Grietje was verloofd met een Duitse tandarts. Aangezien Pape zich met alles bemoeide vond het jonge stel het rustiger om in het Frans te corresponderen. Grietje verstopte vervolgens die brieven op zolder.
Fokko en de jongens Wilken gingen dan op zoek en probeerden de brieven te vertalen.

1.1. Grietje wilde trouwen met de RK Carolus vd Leur. Daartoe moest ze eerst in de leer bij een pastoor. Ze paste het geleerde toe en sloeg dus een kruis voor het eten. Daarna giechelde ze steevast.

4.1. Spanjaard.
C. van de Leur placht te zeggen dat als zijn dochter met een niet RK jonge man thuis kwam hij hem de benen zou breken. Greetje trouwde met een Spanjaard, Ted Daniels, zei men in de familie.
Vlak na de oorlog was Ted bijzonder onvriendelijk tegen Fokko Remmers, omdat hij met een Duitse vrouw getrouwd was. Later had Fokko daar alle begrip voor.
Ted behoorde tot een afschuwelijk vervolgde bevolkingsgroep. Maar dat Ted indertijd voor Spanjaard moest doorgaan, daar moet hij nu om lachen.

4.1. Onhandige stalling.
Oom Karsien heeft ook motor gereden. Dat ging heel goed. De motor was van goede Nederlandse makelij en hij heeft er veel plezier aan gehad. Doch één ding viel hem tegen en dat was de garage onder het hooi. Want als de ouwe kwam .....

10.2. Tepel.
Na de slacht kregen wij in Zwolle altijd iets toegestuurd. Op een zekere keer was er een stuk spek bij met nog één tepel eraan. Oom Karsien had in de bijgevoegde brief geschreven dat de tepel voor "grote Eppie" was.
Mijn moeder heeft hem in een brief bedankt voor alles, dat hij gestuurd had, tevens dat zij blij was met de tepel, want dat hij naar moeke kon gaan.

Zoals meestal zijn mensen op hun amusantst als ze doodernstig zijn, zoals Bernardus van Wijk, die begrijpt dat hij bij Jantje geen blauwtje loopt. Jantje behoeft de brieven dus niet terug te sturen.
Uit een brief van 6 aug.1906 : "Krijg ik evenwel geen bericht, dan ben ik overtuigd dat Ge hiermede genoegen neemt. Ge behoeft natuurlijk mijn schrijven niet retourneren. Ge kunt ze zo deponeren naast Uw andere stukken van waarde."
of Wupke over de avonturen met haar varken, in een brief uit de herst van 1945 aan haar zuster Betsie:
"Betsie, alle ziekten zweven op 't oogenblik in de lucht. Ons varken groeit best.
Kuiper had ook een maar die was lang niet zoo dik als onze.
Zij was er zoo blij
mee, dat ze beide dikke varkens werden en ik koop er ieder week karnemelk voor.
In de laatste tijd kreeg die van haar ieder keer een plaag, dan sneden ze hem in 't oor en 't ging ook weer over en nu verleden week kreeg hij 't 2 keer.
Nu hebben ze hem zaterdag maar geslacht, anders was hij haar toch doodgegaan. Hij woog zoowat 160 pond. Het begroote ons zoo van haar.
Nu hebben ze het meel nog. Nu moet die van ons dat maar opvreten, en dan met een week of 4, als hij door vreten wil,
moeten wij hem maar halen.
Hij groeit nu zoo hard. Gisteren zijn Frits en ik er
heen geweest. Zij willen straks een weer kopen als dat mag, als de winter voorbij is.
Voor 2 jaar is haar ook een heele dikke doodgegaan. Bij andere mensen gaan ze ook wel dood. maar het begroote ons toch van haar. maar zij hebben nu eerst wat.
Ik lustte er niets van, maar dat zeg ik niet. Ben blij als ze mij niets geeft.
Wij moeten onzen nu een beetje in de gaten houden, maar onze is ongeveer 250-260 pond en kan wel meel verdragen en dan karnemelk er op. dan groeit hij ook best.
Wat zullen wij straks dan weer rijk zijn. dan kan ik eens weer lekker eten koken, elke dag een stukje. Hoor je nog wel eens wat van Grietje? Zij schrijft ons nooit.
Ik hoop maar dat ik gauw weer bij jou kan komen, ik heb de fiets al in huis gehad verleden week, maar kon om mijn hals niet komen.
De buren zijn alle zoo goed voor
mij en wat ben ik er al wel kwaad op geweest, hoe kan dat hè? Morgen is Jantje Moorlag jarig, daar moet ik even heen ..."